Jaarstukken 2021 - Concept Versie 2.3

H2.4.1 Kasgeldlimiet

Kasgeldlimiet

Juist voor korte financiering (tijdelijke liquiditeitstekorten voor lopende uitgaven opvangen) geldt dat het renterisico aanzienlijk kan zijn. Fluctuaties in de korte rente hebben direct een relatief grote impact op de rentelasten. In 2021 was dit, evenals in voorgaande jaren, niet het geval gezien de lage rentestand. De geldgever heeft in 2021 structureel een vergoeding verstrekt voor aangetrokken kasgeldmiddelen.

Door middel van de kasgeldlimiet wordt een grens gesteld aan de mogelijkheid om lopende uitgaven kort te financieren, en daarmee wordt dan het eventueel aanwezige risico beperkt. De kasgeldlimiet wordt bepaald op basis van een door het Rijk vastgesteld percentage (8,5%) van het begrotingstotaal. Jaarlijks wordt de gemiddelde korte financiering getoetst aan de kasgeldlimiet. De provincie houdt hierop toezicht. Intern wordt dit per kwartaal getoetst om de liquiditeitspositie goed in de gaten te houden. Voor 2021 is de kasgeldlimiet vastgesteld op afgerond € 4.450.000 (2020 afgerond € 4.200.000). Dit is 8,5% van het begrotingstotaal € 52.396.000 ( 2020 € 49.467.000).

Bedragen x 1.000 euro

Naar overige onderdelen