Jaarstukken 2021 - Concept Versie 2.3

H2.2.2 Risico's

Het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) schrijft voor dat de paragraaf Weerstandsvermogen o.a. een inventarisatie van de risico’s dient te bevatten en het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico’s. Hieronder volgt de inventarisatie van de belangrijkste risico’s waarvoor in 2020 geen of geen volledige beheersmaatregelen getroffen waren.

Risico's

1. Grondexploitaties

Aan de grondexploitaties zitten hoge risico’s verbonden. Voor de gronden die al in exploitatie zijn genomen zijn voorzieningen gevormd ter hoogte van het geprognosticeerd tekort. Daarnaast is per grondexploitatie een risicoanalyse gemaakt. Gestreefd wordt naar het elimineren of verminderen van een risico. In voorkomend geval moet een risico geaccepteerd worden. Indien het resultaat hierdoor dusdanig verslechtert dat een verhoging van een voorziening noodzakelijk is, zal deze bij de eerstvolgende herziening (of tussentijds) worden bijgesteld. Meerdere risico’s die bij de grondexploitaties worden onderkend hebben een relatie met een tijdige doorlooptijd. De uitvoering kan vertraging oplopen als gevolg van het stopzetten of aanpassen van deelplannen maar ook door vertraging van de vergunningverlening.

De kans van optreden van de diverse risico’s zijn vertaald naar percentages variërend tussen de 20% en 60% voor het bepalen van de hoogte van het benodigde weerstandsvermogen. Risico’s waarbij de kans van optreden groter is dan 60% zijn uit voorzichtigheid volledig meegenomen in de waardering van de grondexploitaties en hier niet meegenomen.

  • Omvang: € 1.409.000
  • Kans: klein (variërend van zeer klein tot groot)
  • Incidenteel

2. Sociaal domein (WMO/ Jeugd/ Participatiewet)

Binnen de uitvoering van het sociaal domein, bestaande uit de WMO, de Jeugdzorg en de uitvoering van de participatiewet, bestaan er meerdere risico’s. De uitgaven voor het sociaal domein zijn in 2021 harder gestegen dan verwacht. Voor de uitvoering van de taken van het sociaal domein is een bestemmingsreserve gevormd. Een deel van de uitgaven van 2019 en 2020 is dan ook gedekt uit deze reserve. Eventuele hogere uitgaven in 2022 die niet een gevolg zijn van onvoorziene omstandigheden worden in de voor- en najaarsnota als actualisatie van de begroting meegenomen. Mogelijk is het restant van de reserve sociaal domein niet meer toereikend en wordt voor onvoorziene risico's een bedrag van € 300.000 extra als resterend risico voor het sociaal domein geschat verdeeld over € 150.000 voor jeugd en € 150.000 voor WMO. Een resterend risico voor onvoorziene omstandigheden zoals faillissement van een zorgaanbieder of dure inhuurkosten in geval van schaarste op de arbeidsmarkt worden op € 30.000 geschat, waarmee het totaal op € 330.000 komt.

  • Omvang: € 330.000
  • Kans: groot
  • Structureel

3. Riolering

Het rioolstelsel is de laatste jaren veel beter in kaart gebracht, hierdoor weten we beter hoe het functioneert en kunnen we risico's verkleinen. Grote calamiteiten hebben zich de laatste jaren niet voorgedaan. De meest waarschijnlijke calamiteiten zijn het gedeeltelijk instorten van het stelsel, een onvoorziene langdurige buiten gebruikstelling en milieuschade.

De komende jaren zullen we onder meer rioolgemalen renoveren, planmatig het stelsel reinigen en inspecteren en foutieve lozingen op het oppervlaktewater reduceren.

Voor normale onderhoudskosten en kapitaallasten van investeringen is een onderhoudsvoorziening beschikbaar. In de voorziening is geen rekening gehouden met calamiteiten.

  • Omvang: € 250.000
  • Kans: klein
  • Incidenteel

4. Asbest en bodemverontreiniging

Bij reconstructie projecten is de kans aanwezig op asbest en bodemverontreiniging wat niet op voorhand bekend is ondanks de bodemonderzoeken die vooraf worden verricht. Tot op heden heeft dit risico zich niet voorgedaan.

  • Omvang: € 250.000
  • Kans: groot
  • Incidenteel

5. Implementatie Omgevingswet

Het in werking treden van de Omgevingswet is met een jaar uitgesteld tot 1 januari 2023. Deze wet brengt veel verandering met zich mee.. Op grond van een rekentool van de VNG is een bestemmingsreserve gevormd, van totaal € 600.000 (zijnde 25% van de VNG en Deloitte raming). Deze bestemmingsreserve ziet op dekking van de invoeringskosten, exploitatielasten en frictiekosten in de jaren 2019-2022. . Van deze bestemmingsreserve is per ultimo 2021 nog € 59.200 over. Voor 2022 zijn middelen geraamd voor in totaal € 230.000. Het risico bestaat dat de beschikbare bedragen ontoereikend zijn. Structurele lasten of wijziging in de opbrengsten leges vanaf het moment van invoering van de omgevingswet worden meegenomen in de begroting 2023 en verder.

  • Omvang: € 250.000
  • Kans: groot
  • Incidenteel/Structureel

6. Bruggen

Jaarlijks inspecteren wij onze bruggen en voeren reparaties uit, tevens is er budget beschikbaar voor vervanging. Bij onvoldoende onderhoud en/of een te zware aslast kan een brug beschadigen. In dat geval moeten omleidingen worden ingesteld, wellicht een noodbrug geplaatst worden, reparaties worden uitgevoerd of een nieuwe brug worden gebouwd. In de afgelopen drie jaar hebben zich geen calamiteiten met bruggen voorgedaan.

  • Omvang: € 200.000
  • Kans: klein
  • Incidenteel

7. Wet Sociale Werkvoorziening (Wsw)

De Wsw is ondergebracht in de Participatiewet. Het Werkvoorzieningschap Tomingroep voert dit voor de deelnemende gemeenten uit. Tomin heeft in 2019 te maken gehad met tegenvallende resultaten. Hiertoe zijn maatregelen ingezet om te zorgen dat de opbrengsten de kosten blijven dekken. Er resteert voor de gemeenten een risico dat zij eventuele onvoorziene tekorten moeten aanvullen.

  • Omvang: € 200.000
  • Kans: gemiddeld
  • Incidenteel

8. Gegarandeerde geldleningen

De gemeente stond eind 2021 direct garant voor een bedrag van afgerond € 892.000 aan openstaande geldleningen. De overige garantstellingen betreffen voor het merendeel achtervangovereenkomsten voor het Waarborgfonds Sociale Woningbouw en het Waarborgsom Eigen Woningen (hypotheek garantie). Dat betekent dat de gemeente pas aangesproken wordt als deze fondsen niet voldoende middelen meer hebben.

Van de garantstelling waar de gemeente direct garant voor staat heeft afgerond € 796.000 (ultimo 2021) betrekking op een garantstelling aan een woningbouwcorporatie. In de risicoberekening laten we deze buiten beschouwing. De overige garantstelling betreft één organisatie. We gaan hieruit van een risico van 10%. Per 31 december 2021 stond de gemeente nog direct garant voor een lening van afgerond € 96.000.

  • Omvang: € 122.000
  • Kans: zeer klein
  • Incidenteel

9. Beschoeiingen

De gemeente heeft een grote hoeveelheid beschoeiingen in onderhoud. De staat van een aantal delen is nog slecht. De achterstanden in het onderhoud worden door de uitvoering van het ‘Beheerplan overige waterwerken’ fasegewijs ingelopen gedurende de jaren 2015-2026. Het risico is dat door het wegslaan van beschoeiing de aanliggende wegconstructie ernstig verzakt.

  • Omvang: € 100.000
  • Kans: klein
  • Incidenteel

10. Achtererf

  • Omvang: € 100.000
  • Kans: klein
  • Incidenteel

11. Provinciale bodemtaken

Het Rijk, het IPO en de VNG hebben afspraken gemaakt over het traject waarbij de bodemtaken die thans bij de provincies berusten, grotendeels worden overgedragen aan de gemeenten. Onder de bevoegdheid van de provincie zijn voor de gemeente Wijdemeren, voor zover deze bekend zijn, alle ernstige en urgente situaties beschikt. Gedurende een tweejarig proces, dat reeds gestart is in 2018, zal sprake zijn van een ‘warme overdracht’, opdat de gemeenten de gelegenheid hebben om de nieuwe taken goed kunnen inbedden in hun organisaties. In beginsel gaan alle bevoegdheden en verantwoordelijkheden over naar de gemeenten. De provincies blijven bevoegd inzake de ernstige, urgente gevallen en het grondwater. Het voordeel is dat de gemeenten als bevoegd gezag kunnen sturen op het grondgebruik en dit in hun Omgevingsvisies kunnen verankeren. Ingevolge de afspraken met de VNG zullen de gemeenten via het Gemeentefonds vooralsnog worden gecompenseerd voor de kosten van deze nieuwe taken. Omdat hierover nog onvoldoende duidelijk is, bestaat het risico dat er kosten die bij de gemeenten belanden onvoldoende gedekt zijn. Over de orde van grootte kan in dit stadium nog geen inschatting worden gemaakt en het genoemde bedrag is dan ook niet meer dan een schatting.

  • Omvang: € 62.000
  • Kans: gemiddeld
  • Structureel

12. Gevolgen coronacrisis

De coronacrisis heeft financiële gevolgen voor veel beleidsterreinen. Hoe groot de financiële impact zal zijn is moeilijk te bepalen. Ten behoeve van de berekening van het weerstandsvermogen onderscheiden we het volgende risico:

Lagere opbrengsten door coronamaatregelen

Belastingopbrengsten zoals toeristenbelasting kunnen lager uitvallen door lagere bezetting.

  • Omvang: € 50.000
  • Kans: zeer klein
  • Incidenteel/Structureel

13. Feitelijke bestuursdwang

Bij het opleggen van bestuursdwang bestaat er een risico dat de verhaalbare kosten niet ontvangen worden. Dit risico wordt becijferd op € 50.000. In de praktijk wordt bijna nooit bestuursdwang toegepast maar wordt en last onder dwangsom op gelegd. In een uitzonderlijk geval wordt er wel eens een aanhanger van de openbare weg verwijderd en zou het kunnen dat er iemand verhaal komt halen.

  • Omvang: € 50.000
  • Kans: zeer klein
  • Incidenteel

14. Informatiebeveiliging

In 2018 is de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) in werking getreden. Om datalekken te voorkomen zijn er technische en organisatorische maatregelen getroffen. Echter, er blijft altijd een risico op een datalek. Wanneer er sprake is van een ernstig datalek, zal de Autoriteit Persoonsgegevens het lek beoordelen en neemt daarin mee welke acties de organisatie ondernomen heeft om persoonlijke gegevens te beschermen. De boete zal lager zijn of zelfs niet gegeven worden, als organisaties kunnen aantonen dat er voldoende maatregelen getroffen zijn om de risico’s zo klein mogelijk te houden. Eventuele vervolgschade als gevolg van een datalek is gedekt op de aansprakelijkheidsverzekering. Een eventuele boete is niet verzekerd. Aan de gemeente zijn nog geen boetes opgelegd.

  • Omvang: € 25.000
  • Kans: klein
  • Incidenteel

15. Overige risico’s

Op basis van de inventarisatie van de risico’s bij de begroting 2022 (augustus 2021) zijn de risico's geactualiseerd. Hierboven zijn de 14 belangrijkste risico’s beschreven. De overige 16 risico’s bedragen € 220.000. Tevens zijn voor de overige risico’s ook diverse beheersmaatregelen getroffen waardoor het uiteindelijke risico sterk verminderd is. De bedragen worden te klein geacht om de risico’s afzonderlijk te beschrijven.

  • Omvang: Totaal € 644.000
  • Kans: zeer klein tot gemiddeld
  • Incidenteel

Kansklassen

Klasse

Frequentie risico

Kans op risico

Te hanteren percentage in risicoprofiel

Financieel gevolg

1

<1x per 10 jaar

Zeer klein

20%

< 50.000 euro

2

1x per 5-10 jaar

Klein

30%

> 50.000 en < 100.000 euro

3

1x per 2-5 jaar

Gemiddeld

40%

> 100.000 en < 250.000 euro

4

1x per 1-2 jaar

Groot

50%

> 250.000 en < 500.000 euro

5

1x per jaar of >

Zeer groot

60%

> 500.000 euro


Samenvatting risico's/ Risicokaart

Nr

Omschrijving risico (in euro x 1.000)

Omvang na beheersmaatregelen

Kans optreden

Financieel gevolg

Risicobedrag

Risicoscore

I/S

1

Grondexploitaties

1.409

2 (Div.)

4 (Div.)

423

8

I

2

Sociaal Domein

330

4

3

165

12

S

3

Riolering

250

4

3

125

12

I

4

Asbest- en bodemverontreiniging

250

4

3

125

12

I

5

Implementatie Omgevingswet

250

4

3

125

12

I/S

6

Bruggen

200

2

2

60

4

I

7

Wet Sociale Werkvoorziening (Wsw)

200

3

2

80

6

I

8

Gegarandeerde geldleningen

122

1

1

24

1

I

9

Beschoeiingen

100

2

1

30

2

I

10

Achtererf

100

2

1

30

2

I

11

Provinciale bodemtaken

62

3

1

25

3

S

12

Gevolgen Coronacrisis

50

1

11

10

1

I/S

13

Feitelijke bestuursdwang

50

1

1

10

1

I

14

Informatiebeveiliging

25

2

1

7,5

2

I

15

Overige risico's

644

2

2

193

4

I


Totaal risico's

4.042



1.432




Bestandsnaam Bestandsgrootte
JR 2021_Risicokaart (PDF).pdf 205,9 KB Download

Naar overige onderdelen